Dit is de lokale website van Univé Oost Mijn Univé Bel 088 3300 300 Maak een afspraak

Hooibroei

Brand door hooibroei komt vaker voor dan je denkt

Ieder jaar ontstaan er branden door hooibroei. Met alle gevolgen van dien. Het kan iedere agrariër en hobbyboer overkomen en daarom willen wij je helpen om het risico op hooibrand te beperken. Door het nemen van goede voorzorgsmaatregelen, verklein je de kans op hooibroei aanzienlijk.

Hoe ontstaat hooibroei?
Hooi dat net is binnengehaald broeit vaak. Door diverse factoren, zoals hoge stapeling en geringe warmteafvoer, kan de temperatuur in het hooi oplopen tot 40⁰C. Dit is een natuurlijk proces en hoeft niet direct tot problemen te leiden. 

Wanneer wordt hooibroei brandgevaarlijk?
Loopt de hooitemperatuur op tot meer dan 45⁰C? Dan is het hooi brandgevaarlijk. Vanaf 70⁰C wordt het kritiek. In de broeizone zijn namelijk brandbare gassen aanwezig. Deze gassen ontbranden gemakkelijk bij hoge temperaturen in combinatie met voldoende zuurstof. Als het hooi dan uit elkaar wordt gehaald, kunnen steekvlammen of explosies ontstaan die snel een grote brand kunnen veroorzaken.

De temperatuurstijging in het hooi is onder andere afhankelijk van:

  • De omgevingstemperatuur
  • De manier en hoogte van stapeling
  • Het soort gemaaide gras (zoals veel blad of nieuw ingezaaid grasland)
  • Het vochtgehalte in het hooi

Hoe herken je hooibroei?
Je kunt hooibroei niet alleen herkennen aan een flinke temperatuurstijging van het hooi, maar ook aan de sterke geur die je doet denken aan een mengsel van tabak en karamel. Zie je een waterdamp uit de hooibalen verschijnen? Trek dan ook aan de bel.

Heb je een vermoeden van hooibroei? Aarzel niet maar bel ons: 088-3300300. Ook buiten kantooruren.

Door regelmatig de temperatuur van de hooibalen te meten, weet je of je brandgevaar loopt. Schakel bij een temperatuur boven de 45⁰C altijd een hooibroeicontroleur in. Heb je een brandverzekering bij Univé Oost? Dan is dat geheel kosteloos. De hooibroeicontroleur stelt vast in welke mate er sprake is van brandgevaar en geeft advies om hooibroei onder controle te krijgen en te houden. Voorkomen is altijd beter dan genezen.

De meeste branden veroorzaakt door hooibroei ontstaan tussen de 5e en 14e dag na het binnenhalen. Wees op deze dagen dus extra alert!

Marco Everink, Specialist Brandbeveiliging

“Een agrariër kan het ogenschijnlijk heel goed voor elkaar hebben. Maar als er 2 van de 200 hooibalen te nat zijn, kan dit al tot hooibrand leiden.”

Grote balen vormen extra risico!
Steeds vaker wordt het hooi in grote balen geperst. Door de strakke persing wordt de warmte in de balen slecht afgevoerd. Er ontstaat sneller broei dan in kleine balen. Als de hooibalen dicht tegen elkaar en hoog opgestapeld worden, kan de warmte helemaal niet weg. De broei is dan ook nog eens minder goed vast te stellen, omdat de temperatuur midden in de baal veel hoger kan zijn dan aan de buitenkant. Bovendien is de sterke geur in deze situatie moeilijker te herkennen.

Tips om de kans op hooibroei te verkleinen

  • Pers het hooi bij voorkeur in kleine balen. Deze zijn minder strak geperst, waardoor er minder kans op broei is.
  • Als het vochtgehalte van het hooi niet optimaal is, wikkel de balen dan in plastic. De kwaliteit van het hooi blijft dan ook veel beter.
  • Wikkel gras dat langs de kanten van de percelen ligt in plastic. Of leg deze aan de kant van de stapel, waar u ze makkelijk kunt controleren. Gras dat langs de kanten van de percelen ligt droogt vaak minder goed dan het gras elders op het perceel. Deze ‘kantbalen’ verdienen extra aandacht.
  • Zorg voor voldoende ventilatie in en rondom de stapel. Stapel niet te hoog, niet te strak en op enige afstand van dak en wanden.
  • Voorkom bij stro dat er ‘groen’ gras of onkruid wordt mee geperst. Dit kan namelijk ook broei veroorzaken.

Extra tips bij grote balen

  • Laat het hooi minimaal één dag langer ‘los liggen’ dan bij kleine balen. Stapel maximaal 2 balen op elkaar. Zorg voor tussenruimtes, zodat elke baal apart te controleren is. Na 4 weken kun je ze eventueel hoger en dichter op elkaar stapelen.
  • Heeft uw loonwerker een pers met vochtmeting? Maak hier gebruik van! Steeds meer loonwerkers beschikken over een pers met vochtmeting. Hiermee kun je een indicatie krijgen of het gras in de balen droog genoeg is om ze niet te wikkelen.